03_4_Paradijs_TuinDerLusten.jpg
Home > Ontdekken

BEZOEKEN

(073) 612 68 90

Over Jheronimus Bosch

Jeroen Bosch (ca.1450-1516) was een laatmiddeleeuwse schilder die tijdens zijn leven al grote bekendheid genoot  door zijn fameuze schilderijen waarop hij helse taferelen met gedrochten, monsters en duivels afbeeldde.

Jheronimus Bosch, de naam waarmee hij sommige werken signeerde, heette eigenlijk Jheronimus van Aken.  Zijn voorouders, afkomstig uit Aken, vestigden zich als schilders in Nijmegen. Bosch’ grootvader, Jan van Aken, trok  naar ’s-Hertogenbosch om daar het schildersvak uit te oefenen.  Van vader op zoon zetten de Van Akens de familietraditie hier voort. Vermoedelijk werkten meerdere familieleden in één schildersatelier.

Als zoon van Anthonis van Aken, ontwikkelt zoon Jheronimus  in zo’n werkplaats  zijn genialiteit in het verbeelden  van de religieuze strijd tussen het goede en het kwade.

Door zijn huwelijk met de welgestelde Aleid van de Meervenne en zijn lidmaatschap van de Lieve Vrouwe Broederschap als  gezworen broeder,  verhoogde Bosch zijn maatschappelijke status en behoorde hij voortaan tot de stedelijke elite van ’s-Hertogenbosch.  Hij woonde en werkte in een groot huis aan de Bossche Markt. Jheronimus Bosch schilderde in opdracht van voorname burgers  en  van adellijke personen.

Over het leven van Bosch is nauwelijks iets bekend: er zijn geen brieven, geen eigentijdse portretten en nauwelijks documenten waaruit iets biografisch  is op te maken.

Op 9 augustus 1516 vindt de uitvaartdienst van Jeroen Bosch plaats in de kapel van de gezworen broeders in de Sint Jan. Na zijn dood blijven zijn verbeeldingen tot ver in de 17e Eeuw razend populair en honderden navolgers kopiëren er lustig op los en signeren zelfs met Jheronimus Bosch.

De zeven hoofdzonden

Jheronimus Bosch heeft in zijn werk de Zeven Hoofdzonden uitgebeeld. Onder meer op een paneel dat de Zeven Hoofdzonden wordt genoemd en op panelen voorstellende het Laatste Oordeel. In de laatmiddeleeuwse christelijke geloofsbeleving is er sprake van hoofdzonde als de mens vrijwillig en met volle kennis  Gods wet overtreedt.

Paus Gregorius de Grote (ca. 540 – 604) stelde een lijst op met de verschillende hoofdzonden. Het zijn er zeven: IJdelheid (Superbia), Hebzucht (Avaritia), Wellust (Luxuria), Jaloezie (Invidia), Gulzigheid (Gula), Woede (Ira) en Luiheid (Acedia). 

Bosch schilderde heel concrete tafereeltjes  waar de kijker  meteen uit kan opmaken om welke hoofdzonde het gaat.  Ook aan de afgebeelde personages en de Latijnse aanduiding van de hoofdzonde, is te zien dat de schilder met name de elite een waarschuwende spiegel voorhoudt. Wie namelijk een hoofdzonde begaat moet zich tijdens het laatste oordeel komen verantwoorden. De straf die op het plegen van deze hoofdzonden staat, is het eeuwig verblijf in de hel!

70-tafelblad7hoofdzonden.jpg

Hemel en Hel

Voor de late middeleeuwer waren de hemel en de hel heel dichtbij omdat geestelijken voortdurend de verhalen vertelden over het hiernamaals en de eeuwige verdoemenis. Schrijvers schreven over de gelukzaligen in de hemel en de zondaars in het hellevuur en kunstenaars maakten afbeeldingen van hemel en hel. 

Jheronimus Bosch bleef daarin niet achter. Ook hij had voorstellingen over de eeuwigheid na het moment van het Laatste Oordeel. Maar met zijn originele verbeeldingskracht onderscheidde hij zich nadrukkelijk  van zijn voorgangers en tijdgenoten. Zijn tunnel van licht waarin engelen de gelukzaligen naar het hemelse licht voeren, is een geniale en oorspronkelijke weergave van de tenhemelopneming van de naakte menselijke zielen.

De verbeelding van de hel van Bosch sluit aan bij het middeleeuwse strafrecht: de kastijding van de misdadiger was een afspiegeling van de misdaad die deze heeft begaan.  Ook in de stichtelijke verhalen over helse straffen komt deze parallel voor: de eeuwige foltering in de hel kwam overeen met de hoofdzonde die de verdoemde heeft begaan. 

Op het middenpaneel van Het Laatste Oordeel van Bosch dat in Wenen hangt,  is dat in gruwelijke details te zien: gulzigaards worden geroosterd en gebakken, wellustigen door padden besprongen en de luiaard met hamer op aambeeld beslagen.  De folteringen zijn  overeenkomstig met de begane hoofdzonden.

Jheronimus Bosch maakte zich zorgen om het lot van de mensheid.  Met zijn schilderijen vol gruwel en geweld maar waarop altijd Christus of God de Vader is te zien, wilde hij zijn medemens waarschuwen en redden met zijn picturale oproep te volharden in geloof.